Klimmen naar het kasteel
Abseilen in een put
Via groeves en vluchtgangen klauteren we omhoog richting de ruïne. Op een soort ropeparcours diep onder de grond mogen we onze klettersteigsets uitproberen en kom zelfs ik (toch een beetje een zelfuitgeroepen klimexpert), een lastig hoekje tegen om omheen te klauteren. Het mergel houdt lekker vast, maar heel veel scheuren en spleten zitten er niet in. via een wiebelig bruggetje staan we even later gelukkig weer naast Freek, onze gids.
Onderweg vertelt hij heel veel over het kasteel Valkenburg, over de vluchtgangen, de Bokkenrijders en over de Mosasaurus (en hij leert wat dingen bij over die dino, want Christian is als klein Christiantje dinofreak geweest).
Ondertussen stijgen we gestaag. We zien het gesteente om ons heen veranderen van mergel in schelpjes en rotsen en de gangen worden steeds smaller. Ze zijn niet meer bedoeld om mergel te winnen, maar als vluchtgangen vanaf de ruïne op de heuvel. Via een steile ladder dalen we toch weer dieper af en komen we bij wat vleermuisholen. Gelukkig zijn ze niet thuis, want ik heb het niet zo op die beesten. Via een hele grote klautertree zien we even later ineens licht aan het eind van de tunnel en staan we bovenop de ruïne in Valkenburg. Daar kijken we even rond (de kapel is nog heel goed herkenbaar, de rest niet), totdat Freek ons op de waterput wijst.
Die stond op de website: ‘met aan het eind een 30 meter lange abseil in de waterput van het kasteel’. De waterput is ruim, maar het licht valt niet tot op de bodem. En al heb ik vaker geabseild, het voelt heel vreemd om overal om me heen ronde wanden te hebben, terwijl ik me steeds dieper laat zakken. Ik ga maar niet te hard, want zo meteen is deze ontzettend leuke tocht alweer voorbij. Ik had best nog wat meer spannende dingen willen doen in de gangen onder dit kasteel!
